Albert Kees Maneschijn: ‘Steeds jonger is de jeugd bang de slag om de top te missen’

De hoofdklassecompetitie ligt stil, maar de meeste coaches kunnen niet op hun lauweren rusten; de Maneschijn Albert Keesselecties moeten in veel gevallen nog worden afgerond om volgend seizoen weer opperbest voor de dag te komen. Maar hoe werkt dat proces en welke moeilijkheden lopen de coaches tegenaan? Vanaf deze week spreekt hoofdklassehockey.nl wekelijks met een hoofdklassecoach om te kijken hoe hij en zijn club deze belangrijke procedure aanpakken.

De derde coach die we spreken is Albert Kees Maneschijn, coach van het gepromoveerde SCHC heren 1. Naast Stichtse promoveerde ook Voordaan, waardoor de provincie Utrecht niet minder dan vier clubs in de mannen hoofdklasse heeft. De ploeg van Maneschijn was tot nu toe, in tegenstelling tot de vrouwentak, opvallend stil op de transfermarkt. Gaat SCHC het met dezelfde overgangsklasseselectie doen of is de stilte slechts schijn?

Hoe ziet je selectie er momenteel uit?

Er verandert niet zo heel veel over het algemeen. We hebben de laatste maanden hard gewerkt om jongens aan ons te binden, maar er is ook een aantal vertrokken. Sommige jongens hadden het afgelopen jaar moeilijk, daar nemen we afscheid van in de hoofdklasse. Floris Bakker is terug naar Gooische, en ook Dirk-Jan van Beek gaat daar heen. Frithjof de Jong stapt over naar Huizen. Nieuwe namen zijn Berend van Eldonk, die komt over van Victoria en was eerder tweede keeper achter Pirmin Blaak bij Rotterdam. Ook Bas Appels speelt volgend seizoen bij ons, hij komt van Rotterdam. Verder ben ik nog op zoek naar één kneiter. Daar bedoel ik een topper mee, die bij de besten zal horen. Ik kan nog niet zeggen wie dat is, voor het geval het niet doorgaat.’

Wat is het beleid van de club ten aanzien van het inpassen van de eigen jeugd en het aantrekken van speelsters?

‘Toevallig ben ik ook hoofd van de jeugdopleiding, dus ik ken het verhaal van twee kanten. Jongens moeten ook wel echt heel erg goed zijn, willen ze op achttienjarige leeftijd in de hoofdklasse kunnen acteren. De meesten zijn na de jeugd fysiek nog niet klaar voor de hoofdklasse, die moeten nog doorgroeien. In onze selectie zijn plekken voor de jeugd. Zo sluiten volgend seizoen de drie jongens van achttien, Paul Beumer, aanvoerder van SCHC jongens A1, Max Kuppens (jeugd Kampong) en Hugo Wischhoff (jeugd Upward) bij ons aan. De komende jaren zullen wij in hen investeren en zijn zij zeker van hun plek bij de selectie. Als ze een keer op zondag niet goed spelen, heeft dat geen gevolgen voor hun plek. Zij zijn het bewijs dat we bezig zijn met het inpassen van jeugdspelers, maar het niet zo dat de club ons een quotum geeft. De insteek is niet dat we alles met eigen jeugd spelen en maar kijken waar we uitkomen. Nee, we spelen tophockey, dus dan is bepaald niveau nodig.’

Wat zijn de uitdagingen waar jullie bij het samenstellen van de selectie mee te maken krijgen?

‘In de loop van vorig jaar begon de mogelijkheid tot promoveren te spelen en het hoofdklassevlammetje te branden. Jongens werden daardoor gegrepen en zijn misschien ook wel om zich heen gaan kijken in het geval dat promotie niet zou lukken. Daarnaast moesten we tot een maand geleden met twee scenario’s rekening houden. Dat betekent dat het lastig is om dan al met versterkingen bezig te zijn, omdat we niet wisten waar we zouden staan dit seizoen. We kiezen ervoor bijvoorbeeld geen buitenlanders te halen. De echte top komt door het olympisch jaar toch niet en voor buitenlanders van het tweede niveau moet je ook eigen jongens aan de kant schuiven. Dan maak je deze groep kapot. Maar we moeten ook oppassen niet te naïef te werk te gaan, want dan vliegen we er zo weer uit. Van concurrentie op de transfermarkt heb ik geen last gehad. Kampong is natuurlijk echte top en zowel Schaerweijde, Voordaan als wij hebben een unieke cultuur.

Topclubs worden voor jonge talenten steeds aantrekkelijker. Wat vind je van deze ontwikkeling?

‘Voor echte geweldenaren, die dichtbij Jong Oranje zitten bijvoorbeeld, vind ik dat een hele normale ontwikkeling. Wat jammer is dat dat ook al op dertien- of veertienjarige leeftijd gebeurt. Zonde, want ik heb liever dat een talent speelt in een omgeving waarin ze belangrijk zijn en waar ze op de fiets naartoe kunnen, dan dat ze ergens waterdrager zijn. Dat de bond de districtselecties A en B heeft afgeschaft en alleen nog met C-districtselectie werkt, draagt bij aan die ontwikkeling. Als je als D-speler daarvoor geselecteerd bent kom je in aanraking met mensen die fluisteren dat je naar een grotere club moet. Steeds jonger zijn ze bang de slag te missen. Als je even rekent, er zijn per jaar per hoofdklasseclub misschien drie plekken voor jonge spelers, dat betekent per seizoen totaal 36 plekken. Dat staat niet in verhouding met de honderden jongens die ieder jaar verkassen.’

Wat zijn jouw verwachtingen met SCHC het komende seizoen?
‘De verwachting is heel realistisch. Wij zijn de promovendus en die hadden het de afgelopen tien jaar altijd moeilijk. Maar het is ook niet onmogelijk. Ik beschouw het een voordeel dat er dit jaar twee promovendi zijn, al zal Voordaan dat ook vinden. Ik hoop natuurlijk dat de rechtstreekse-degradatie-ellende ons bespaard blijft. We hebben een goede kans, tegen Tilburg hebben we twee keer laten zien heel goed te zijn. En dan niet alleen door opportunistisch aan te vallen en hopen dat je dan ballen erin schiet, maar ook door goed te verdedigen met een goede organisatie en enkele uitzonderlijke spelers. Dat zie ik graag. Ik hoop dat wij volgend jaar het veld opstappen tegen topclubs met de houding: “Ik ben vandaag goed, en als jullie dat niet zijn, dan winnen wij.” De club legt ons weinig druk op, dat doen de jongens zelf. Voor een vereniging is het onbetaalbaar zowel de mannen als de vrouwen in de top van de hoofdklasse te hebben spelen. In die zin was het voor de vrouwen een gunstige ontwikkeling toen de mannen van SCHC degradeerde. Nu werken we met compleet andere budgetten dan toen. De vraag is dus nu hoe en of het mogelijk is om twee goede ploegen te laten draaien in de hoofdklasse. Voor een dure topper is geen geld. Als we het daarom niet redden, dan is dat maar zo. Wij moeten het hebben van de jongens die hier graag willen hockeyen, dat realiseert de club zich ook.’

Deel 1: Erik van Driel (hdm Dames 1)
Deel 2: Rick Mathijssen (Amsterdam Dames 1)

Reageer