Jan Jorn van ‘t Land: ‘HGC heeft grote namen verloren, maar is er niet op achteruit gegaan’

Jan Jorn van 't Land

De hoofdklassecompetitie ligt stil, maar de meeste coaches kunnen niet op hun lauweren rusten; de selecties moeten in veel gevallen nog worden afgerond om volgend seizoen weer opperbest voor de dag te komen. Maar hoe werkt dat proces en welke moeilijkheden lopen de coaches tegenaan? Vanaf deze week spreekt hoofdklassehockey.nl wekelijks met een hoofdklassecoach om te kijken hoe hij en zijn club deze belangrijke procedure aanpakken.

De vierde coach die we spreken is Jan Jorn van ’t Land. Na vier seizoenden assistent te zijn geweest, neemt Van ’t Land komend jaar het stokje over van Dirk Loots als hoofdcoach van HGC Heren 1. De voormalig international moet het komend seizoen doen zonder Bosco Perez Pla, Rogier Trip, Shea McAleese, Roc Oliva en Luuk Mohlmann.

Jan Jorn van 't Land

Jan Jorn van ‘t Land in zijn periode als coach van Bloemendaal Dames 1


Hoe ziet je selectie er momenteel uit?

‘We zitten aardig goed in onze selectie. Volgend jaar sluiten Willem Rath, Ben Arnold en Thijmen Piket bij ons aan. Voor onze vertrokken tweede keeper Mohlmann hebben we een vervanger in Kaj Merkelbag, die overkomt van Hurley, gevonden. We zijn nu nog bezig met één speler, dat lijkt de goede kant op te gaan. We zijn blij en tevreden dat jongens als Floris van der Linden, Jorrit Croon, Tom Hiebendaal, Rik van Kan, Phil Burrows en Gonzalo Peillat blijven bij HGC.’

Wat is het beleid van de club ten aanzien van het inpassen van de eigen jeugd en het aantrekken van speelsters?

‘Zoals je ziet hebben wij vooral Nederlandse jongens aangetrokken, aanstormend talent. Die keuze is een combinatie van factoren. Deels heeft het te maken met dat we in een pre-olympisch jaar zitten en veel internationals in hun eigen land willen hockeyen, maar het is ook onderdeel van een visie. Kiezen voor Nederlandse spelers is goed voor het Nederlandse hockey. Vanuit Heren 2 en de A1 trainen jonge jongens sowieso ook met ons mee. We willen in de selectie ruimte voor hen inbouwen, mits de spelers natuurlijk het niveau aankunnen. Als je als club één of twee talenten per jaar kan laten instromen, dan doe je het heel goed. Bij HGC lukt het aardig, kijk maar naar jongens als Hiebendaal, Calvin Venema, Yorick van der Vlis, Koen Bakhuis. Ook Trip is er eentje, maar die stopt komend seizoen vanwege werk.’

Hoe pakt HGC het samenstellen van de selectie voor het nieuwe seizoen aan?

‘Gedurende het seizoen weet je een beetje wie er weggaan. Dan maak je een verlanglijstje van spelers die je graag erbij zou willen hebben. Uiteraard kijk je eerst binnen je eigen club. Wie past en wie kan het niveau aan? Vervolgens ga je steeds verder kijken. Ik heb natuurlijk wel persoonlijke voorkeuren, maar we doen alles in overleg met de Technische Commissie. Als ik de jongens ken, kan ik het eerste contact leggen.’

De top wordt voor jonge talenten steeds aantrekkelijker. Wat vind je van deze ontwikkeling?

‘Afgelopen twee seizoenen was er in de mannenhoofdklasse sprake van een top zes, waarvan het tot een paar weken voor het eind van de competitie nog niet duidelijk was welke vier play-offs om het landskampioenschap zouden spelen. Hopelijk breidt dit zich uit naar een top zeven of acht, maar in ieder geval dat de top zo breed blijft als hij is. Hoe homogener het bovenin is, des te beter dat voor de competitie is. Ik zie geen ontwikkeling naar een smallere top zoals dat bij de vrouwenhoofdklasse het geval is, waarvan ik me afvraag of het goed is voor het hockey. Max Caldas speelt hier een belangrijke rol in, hij laat zien dat je niet bij een club uit de top vier hoeft te spelen om geselecteerd te worden.  Mijn mening is dat er in potentie nog wel één of twee teams kunnen aanhaken bij de huidige mannentop. Den Bosch heeft inderdaad goede zaken gedaan op de transfermarkt, maar het is altijd afwachten of het een team wordt.’

Wat zijn jouw verwachtingen met HGC het komende seizoen?

‘Misschien spelen we straks wel met zeven clubs om de play-offs, dat lijkt me prachtig. HGC wil zich in ieder geval handhaven in de top zes en zo hoog mogelijk eindigen. Dat klinkt misschien niet ambitieus, maar is wel realistisch. Als ik mijn ambitie zou uitspreken zou ik zeggen dat ik altijd voor het hoogste speel en alles wil winnen. Ik verwacht zeker dat wij komend seizoen de volgende stap kunnen zetten. We hebben misschien wat grote namen verloren, maar we houden nog steeds een mooie groep met goede spelers over. Met wat erbij is gekomen, zijn we er zeker niet op achteruit gegaan. Dirk is natuurlijk een anders persoon dan ik, maar het meeste zal herkenbaar blijven. Ik gooi mijn eigen sausje eroverheen, maar je hoeft geen schokkende veranderingen te verwachten. Er is spanning, op een goede manier. Met een groep mannen lekker hockeyen vind ik het is het allermooiste wat er is. Te gek om te mogen doen.’

Deel 1: Erik van Driel (hdm Dames 1)
Deel 2: Rick Mathijssen (Amsterdam Dames 1)
Deel 3: Albert Kees Maneschijn (SCHC Heren 1)

Reacties

Je eigen afbeelding bij je commentaar? Ga naar: nl.gravatar.com

Ernst Baart

Ik ben het niet voor de volle 100% eens met de stelling “Kiezen voor Nederlandse spelers is goed voor het Nederlandse hockey.” in het interview hierboven… Niet als je die Nederlandse spelers weghaalt bij je directe concurrenten bv.

Mijn stelling is :

“Haal de versterking voor jouw club weg bij je concurrent in eigen land in plaats van die gevreesde buitenlander en je maakt wellicht wel je eigen club sterker maar tegelijk ook je concurrent en dus je nationale competitie zwakker. Hierdoor maak je als direct gevolg ook het “eigen talent” in jouw nationale ploeg zwakker…

Haal de versterking voor jouw club uit het buitenland en je maakt, mits de juiste buitenlanders komen, je eigen club én je eigen competitie sterker. Hierdoor maak je tevens dat “eigen talent” dat wel aan spelen toekomt, zowel op clubniveau als bij je nationale team, nog sterker…

Een extra bonus van buitenlands talent naar onze sterkere clubcompetities halen is dat ook zij er beter van worden en zo hun nationale ploegen sterker maken. Sommige menen dat dit een reden is om die buitenlanders te weren. Ze zijn fout. Wij zijn er allemaal bij gebaat dat de sport in zijn geheel (en dus ook de concurrentie internationaal) er op vooruit gaat.”

> uit mijn column hier : https://be-hockey.com/misschien-niet-xenofoob-wel-ondoordacht/

Tijn

@ernst Baart , maar doorslaan zoals bij Oz hoeveel buitenlanders hadden die vorig seizoen ? 6 of 7 is natuurlijk volkomen lachwekkend.

Ernst Baart

@Tijn : Waarom zou dat lachwekkend zijn? Volgens mij heb je niet genoeg nagedacht hierover…
Volgens mij is OZ al jaren een van de hofleveranciers van Oranje en worden ook deze jongens alleen maar sterker door te trainen met toppers.

Geen enkele club is in staat jaar na jaar voldoende talenten af te leveren op top hoofdklasse niveau om heel zijn ploeg te vullen met eigen kweek. Versterking van buitenuit is dus altijd nodig. Afhankelijk van je huidige samenstelling heb je dan behoefte aan jonge honden of ervaren rotten.
Voor jonge honden is de juiste volgorde volgens mij :
1. binnen je eigen club / jeugdwerking
2. jonge Nederlandse talenten bij clubs zonder hoofd- of overgangsklasse ambities
3. jonge talenten uit het buitenland.
Voor ervaren rotten is de juiste volgorde:
1. ervaren toppers uit het buitenland
2. jonge toppers uit het buitenland
3. toppers van andere Nederlandse clubs
En let maar… in de nabije toekomst komen er nog minimaal drie internationals voor Oranje bij uit OZ… mede dankzij die buitenlanders 😉

PS: ik praat hier voor eigen rekening en heb (gelukkig) niets te vertellen bij OZ 😉

Tijn

Een Nederlandse topclub met 6 of 7 buitenlanders is lachwekkend ,juist omdat ze al een heleboel Ned internationals hebben is het lachwekkend .

Fred Buiten

Eens met Ernst Baart. Competitie is nu, ten opzichte van jaren van hoogconjunctuur, vele malen zwakker. In jaren 2005-2011 hadden zelfs de subtoppers wereldkampioenen in hun selectie. Nu speel je met een paar Nederlandse internationals al sowieso in de top 5. En je kan niet met droge ogen beweren dat het gros van de Nederlandse internationals wereldtoppers zijn.

De meest veelbelovende generatie van NL (JO Singapore/Maleisie) heeft zich moeten bewijzen bij teams met buitenlandse topspelers. Generaties daarna hebben dat niet hoeven doen. (mogelijk) Gevolg: matige lichtingen, matige spelers. Toekomst op langere termijn voor Nederland erg somber. Als het tenminste gaat over het winnen van medailles op grote toernooien.

Nogmaals: Ernst Baart heeft verstand van zaken en hij zou bij de KNHB niet misstaan als klankbord.

Liefhebber

@fred buiten, zou de economische crisis van de laatste jaren er wat mee kunnen te maken hebben? Clubs hebben en gaan volkomen logisch geen bakken met geld meer uitgeven voor buitenlandse spelers, ook omdat er natuurlijk 0,0 terugverdien model inzit.

Verder is het natuurlijk bezopen of lachwekkend wat je wil dat een Nederlandse topploeg als OZ 6 of 7 buitenlanders nodig heeft.

Henk

Ben het eens met Ernst. AL vond ik wel dat OZ vorig jaar erg weinig risico durfde te nemen door wel heel veel buitenlandse toppers bij de al hele sterke selectie te halen. De jongens die met ze trainen worden daar zeker beter van maar worden ze niet sneller beter als ze eerder voor de leeuwen worden gegooid en niet door 13 internationals worden beschermd? En er komen vast binnekort nog een aantal nieuwe internationals bij (ben zelf erg gecharmeerd van Joep de Mol) maar er haakt er ook definitief minimaal 1 af de komende periode.
Om mijn verhaal te onderbouwen denk ik dat bijvoorbeeld een jongen als de Mol verder was geweest als hij een jaar lang alles had gespeeld.

Ernst Baart

@Henk : Joep de Mol (inderdaad top seizoen achter de rug) heeft bij mijn weten min of meer alles gespeeld afgelopen seizoen, behalve wedstrijden waar hij geblesseerd was. Geen 70 minuten / wedstrijd natuurlijk maar behalve de keeper doet niemand dat in alle wedstrijden.

Jonge talenten worden sterker door te knokken voor hun plek, niet door veel minuten “cadeau” te krijgen.

Een goede coach zoekt voor jonge talenten de juiste balans tussen het “geven” van een kans en het “verdienen” van een plek. Al even moeilijk als het beheersen van de balans tussen resultaat op korte termijn en lange termijn doelstellingen…

Je kunt niet meer reageren op dit bericht.