Indoor: Dider Meijer (Almere): ‘Liever tactisch passingsspel dan technisch renspel’

In de Hoofdklasse Indoor zien we veel bekende gezichten. De herenteams van Den Bosch, Amsterdam, Kampong, Schaerweijde, Rotterdam, HGC en Voordaan zijn namelijk ook op het hoogste niveau in de zaal te bewonderen. Tot de twaalf teams in de Hoofdklasse behoren echter ook vier Overgangsklassers: Almere, hdm, Gooische, Union. Groningen, dat op het veld in de Eerste Klasse uitkomt, completeert het dozijn. Hoofdklassehockey.nl spreekt na elke competitieronde met één van de mannen van deze teams. Deze week: Dider Meijer van Almere.

Almere Dider Meijer © Henry Pieters Zaal indoor
© Henry Pieters

Dider Meijer en zijn Almere kenden een droomstart van de zaalcompetitie, ze wonnen op de eerste competitiedag twee keer ruim. Eerst werd Groningen met 7-4 verslagen, daarna was Gooische met 4-9 aan de beurt. Doordat Amsterdam en Den Bosch ook hun beider partijen riant wonnen, is reeds een gat geslagen tussen de onderste en bovenste ploegen. Meijer vindt het te vroeg om over de strijd om de play-offs te spreken. ‘Aanstaande zaterdag spelen we tegen zowel Den Bosch als Amsterdam, dan pas zullen we zien of het afgelopen weekend mazzel was of dat we echt goed staan te spelen. Er kan zomaar nog een vierde team bij de top aanhaken.’

Wellicht was Almere winnen zelfs verplicht aan de stand, de formatie speelt inmiddels al vier seizoenen op het hoogste indoorniveau. Groningen daarentegen pas één jaar en Gooische komt pas net voor het eerst kijken. ‘Van tevoren vonden wij dat we die ploegen konden hebben. Ons voordeel ten opzichte van hen is dat wij al zes tegen zes op dit niveau gespeeld hebben. Het jaar dat we overgingen naar vijf tegen vijf, konden we slechts meekomen doordat wij onze keeper inruilden voor een extra veldspeler. We werden zelfs derde. Toen de doelman niet langer onbeperkt gewisseld mocht worden, merkten we dat we technisch toch wat achterlagen op de rest. Daarom ben ik blij dat we weer terug zijn naar zes tegen zes. Dat maakt zaalhockey weer een tactisch passingsspel in plaats van een technisch renspel. Dat is beter voor ons.’

Eén-op-één-duels
Meijer, die bij de Flevolanders ook actief is als jeugdtrainer van selectieteams en coach van Meisjes B1, noemt de zaalperiode superbelangrijk voor zijn elftal. Als coach roemt hij de waarde van de binnensport. ‘Daarin ben ik niet de enige, dat meent de club ook. Zaalhockey is goed voor je hele ontwikkeling. In deze periode kunnen we dingen trainen waar we in de tweede seizoenshelft profijt van hebben. Een voorbeeld is één-op-één-duels, die worden op het veld steeds belangrijker. Omdat in de zaal niet gelift mag worden, zijn zaken als voetenwerk en positionering iets makkelijker voor de defensie. Dat maakt het dus ook makkelijker trainbaar.’

De trainer/coach speelt dit seizoen samen met een aantal van zijn voormalig pupillen: Pinoké-spelers Marlon de Boer (18) en Morris de Vilder (18). ‘Ik heb de afgelopen jaren op Pinoké gewerkt, dus de lijntjes zijn kort. Net als Pasha Gademan, die ons dit seizoen coacht in de zaal wegens de operatie van Alex Verga. Wij twee hebben zowel Morris als Marlon getraind en weten dat zij goede zaalhockeyers zijn. Pinoké komt niet uit in de zaal, dus we dachten al snel aan hen. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat wij de jongste ploeg in de Hoofdklasse hebben. Ik val met mijn 28 jaar een beetje uit de toon.’

 

Comments (1)

  1. Leuk stukje died!

Reageer