Reservekeeper Danielle van der Poel: ‘Ik hoop dit jaar mijn debuut te maken’

De meest onderbelichte spelers bij teamsporten en dus ook in de hoofdklasse zijn waarschijnlijk de tweede keep(st)ers. Ze trainen net zo hard als ieder ander maar maken meestal weinig tot geen speelminuten bij het eerste team. Leidt dat soms tot frustratie of is het wel lekker die plek op de achtergrond? Hoofdklassehockey.nl spreekt wekelijks met een tweede keep(st)er uit de hoofdklasse.

© Koen Suyk

Danielle van der Poel keepte altijd bij Pinoké. Ze doorliep alle jeugdselectie-elftallen en speelde ieder jaar in de landelijke competitie. Bij haar overgang naar de senioren had de Amsterdamse ploeg geen plek voor haar bij het eerste elftal. Bij de pakken neer zitten deed Van der Poel niet. Via haar zwager, de personal trainer van Kampong-speler Robbert Kemperman, werd er een balletje bij Stijn van Roosendaal opgegooid. Ook haar voormalig keeperstrainer Martijn Drijver deed een duit in het zakje. Van Roosendaal zag het wel zitten in de negentienjarige en sinds het seizoen 2014-2015 keept de Amsterdamse voor het Utrechtse Kampong.

Ben jij tweede keeper van het eerste of eerste keeper van het tweede?

‘Tweede keeper van het eerste. Vorig seizoen ging ik nog veel met het tweede mee, maar dit jaar hebben we in overleg beslist dat ik altijd met Dames 1 meega. Ik doe alle trainingen mee en zit bij wedstrijden op de bank. De staff denkt dat het beter voor mijn ontwikkeling is om met het eerste mee te gaan en dat denk ik zelf ook. Vorig jaar hing ik toch wat meer tussen twee teams in, soms moest ik rennen en vliegen tussen de wedstrijden door. Tot nu toe bevalt het, ik voel me echt one of the team. Ik ben een echt trainingsbeest en haal veel voldoening uit alle trainingen. Het is ook erg prettig om iedere zondag de ploeg te zien presteren en vooruitgaan.’

Heb je voor jezelf een doel van wanneer je eerste keeper wil zijn?

‘Dat ligt aan mijn ontwikkeling, ik heb nog een hoop grote stappen te maken. Volgende week heb ik een evaluatiegesprek met Stijn, tot nu toe hebben we het niet echt over mijn kansen gehad. Dit is nu mijn tweede seizoen bij Kampong, daarvoor speelde ik altijd op het hoogste jeugdniveau. Ik zou het heel leuk vinden om dit jaar mijn debuut te maken en volgend jaar door te stromen naar een eerste team, zij het bij Kampong, zij het ergens anders. Wel een hoofdklasser natuurlijk.’

Is er sprake van concurrentie tussen jou en Alexandra Heerbaart?

‘Er is altijd sprake van een beetje concurrentie. Ik wil namelijk graag eerste keeper worden en zij is dat nu. Onderling hebben Alex en ik vooral een fijne band en kunnen goed met elkaar overweg. Zij pept mij op en kan mij veel leren. Alex is heel all-round, zet de ploeg goed neer en heeft rust in haar spel, ook in chaosmomentjes in de cirkel. Ik ben veel gehaaster en vind het leerzaam om te zien hoe zij dat soort situaties coachend oplost. In wedstrijden leef ik heel erg met haar mee en hoop ik dat ze het goed doet, het is niet zo dat ik aan het wachten ben op foutjes van haar.’

Wat vind je het lastigste aan jouw positie als tweede keeper?

‘Moeilijk om te zeggen. Je bent toch de tweede keepster. Ik sta niet op het veld en natuurlijk mis ik wel eens het spelen van wedstrijden. Zeker als ik een paar weken lekker heb staan trainen, zou ik dat heel graag op het veld willen laten zien. Toch zit ik echt op mijn plek bij Kampong en vind ik niet vervelend.’

Keepers zijn gek, wordt wel eens gezegd. Ben je het daarmee eens?

‘Daar ben ik het wel mee eens! Je bent sowieso gek als je vrijwillig ballen met mach 100 op je laat schieten. Naast het veld ben ik denk ik ook wel een beetje gek, maar op een leuke manier. Ze zeggen ook wel eens dat keepers einzelgängers zijn, toch? Dat herken ik helemaal niet. Ik ben niet zo op mezelf, houd juist van mensen om me heen. Het liefst ben ik altijd aan het praten en gek aan het doen.’

Reageer