Tim Conrads: ‘Maurits en ik kunnen het goed met elkaar vinden’

De meest onderbelichte spelers bij teamsporten en dus ook in de Hoofdklasse zijn waarschijnlijk de tweede keep(st)ers. Ze trainen net zo hard als ieder ander maar maken meestal weinig tot geen speelminuten bij het eerste team. Leidt dat soms tot frustratie of is het wel lekker die plek op de achtergrond? Hoofdklassehockey.nl sprak met Tim Conrads, afgelopen seizoen tweede keeper bij Den Bosch.

De 28-jarige Conrads begon met hockeyen in de jongste jeugd van Push. Met uitzondering van twee seizoenen bij Zwart-Wit bleef hij tot twee jaar geleden de Bredase club altijd trouw. In de zomer van 2014 waagde hij de overstap naar Den Bosch.

Conrads heeft altijd gekeept, hoewel hij in een vriendenteam in de spits staat. Een positie die hij wel ambieert als hij stopt met tophockey. ‘Ik weet wat een keeper doet en dat maakt het wat makkelijker om te scoren.’

Ben jij tweede keeper van het eerste of eerste keeper van het tweede?
‘Ik ben de tweede keeper van het eerste. Ik keep niet in het tweede, omdat dat team een eigen keeper heeft. Ik heb het afgelopen jaar niet gespeeld en dat is soms wel lastig.’

Heb je voor jezelf een doel van wanneer je eerste keeper wil zijn?
‘Toen ik van Push naar Den Bosch kwam, was het de bedoeling om binnen twee jaar eerste keeper te zijn. Maar een week nadat ik had getekend, vertrok Sjoerd Marijne als coach bij Den Bosch om bondscoach te worden. Dan ontstaat er een nieuwe situatie en komt er een nieuwe coach (Eric Verboom, red.) en die stapt er blanco in.’

‘Afgelopen zomer vertrok keeper Piet Noordam en haalde Den Bosch Maurits Visser van Bloemendaal, een speler van Jong Oranje. Uit het gesprek bleek dat de kans groot was dat ik tweede keeper zou worden. Het was van mij een bewuste keuze om te blijven, omdat ik zo meer aandacht kon besteden aan mijn werk en mijn keepersschool (Tim Goalie Schools, red.). Maar ik mis het spelen van wedstrijden wel, dus ik heb besloten Den Bosch te gaan verlaten en op zoek te gaan naar een club waar ik wel kan spelen.’

Is er sprake van concurrentie tussen jou en Maurits Visser?
‘Natuurlijk is er altijd iets van concurrentiestrijd. Daar ben je ook sporter voor, maar het is meer dat je elkaar stimuleert. Bovendien konden we het goed met elkaar vinden en dat is prettig.’

Wat vind je het lastigste aan jouw positie als tweede keeper?
‘Je hebt een aparte positie in het team, zeker als tweede keeper. Met mijn 28 jaar ben ik één van de ouderen in het team. Voor je eigen gevoel wil je een stukje leiding geven en sturen. Dat is als tweede keeper lastiger dan als eerste keeper. Dat komt omdat jouw autoriteit en positie binnen het team anders zijn dan wanneer je eerste keeper bent. Maar een sturende rol is een leuk onderdeel van het keeper zijnde.’

Hoe heeft het team het volgens jou gedaan in de competitie?
‘Naar omstandigheden hebben we het goed gedaan. We hebben lastige periodes gekend vanwege blessures. Met een jonge ploeg is het lastig, want jonge spelers moeten elke wedstrijd leren. Maar dat hebben zij goed gedaan. Dat is ook de kracht van Den Bosch, dat het team leert en er een stijgende lijn zichtbaar is. Nu een aantal ervaren krachten vertrekt, moet dat bouwproces opnieuw worden gestart.’

Keepers zijn gek, wordt wel eens gezegd. Ben je het daarmee eens?
‘Als ik naar mezelf kijk, vind ik het wel meevallen. Ik denk dat je als speler gekker moet zijn als je kijkt naar een lijnstopper die met nog minder bescherming dan een keeper op de lijn staat’.

Reageer

Contact Us