Docherty: 'Elke week is anders, hockey is eigenlijk de enige structuur die ik heb' - Hoofdklasse Hockey Nederland

Docherty: ‘Elke week is anders, hockey is eigenlijk de enige structuur die ik heb’

In deze rubriek praten wij met Hoofdklasse-spelers over hun maatschappelijke carrière en andere zaken die zij belangrijk vinden. Er is immers meer in het leven dan hockey.. 

Voor de in Schotland geboren ondernemer Laurence Docherty is hockeyen in de Hoofdklasse slechts een ‘klein’ onderdeel van zijn drukke bestaan. Hij geeft daarnaast trainingen aan de jeugd van Kampong, probeert Nederland bekend te maken met het hockeymerk Osaka, heeft een eigen bedrijfje genaamd ‘Sally Cinnamon’ én runt met vier anderen de kroeg ‘Café de Parel’. Een ‘normaal werkpatroon’ kent de middenvelder dus vrijwel niet. “Nee elke week is anders. Hockey is eigenlijk de enige structuur die ik heb omdat we op vaste dagen trainen en ik daarnaast nog training geef ook maar dat verandert per periode.”

Kampong Köln EHL MdW Docherty2

Sinds ongeveer een jaar is Docherty de Nederlandse importeur voor het hockeymerk Osaka. Een goede vriend van hem, de Ier Stephen Butler, richtte het merk enkele jaren geleden op in België. Toen Docherty’s carrière als international eindigde besloot hij zijn oude maat te helpen door het merk in Nederland op de kaart te zetten. “Ik moet spelers sponsoren, zorgen dat Osaka in de winkels verschijnt enzo. Dat gaat goed. Er zijn ook al een aantal jongens van Kampong en jeugd-internationals die onze spullen gebruiken. Het zou fijn zijn als we daarnaast nog wat meisjes uit het Nederlands elftal erbij te krijgen.”

Verder heeft Docherty ook een eigen bedrijfje genaamd ‘Sally Cinnamon’. Hij is onder andere in te huren voor sportadvies en clinics maar ook als DJ. De diskhockey is van vele markten thuis en zit vol met plannen voor Sally Cinnamon. “Ja, het is mijn overkoepelende bedrijfje, wat het uiteindelijk gaat worden weet ik niet. Misschien wordt het ooit nog een winkel. Dat ik gewoon alles wat ik leuk vind daar ga verkopen. Bijvoorbeeld fietsen, kleding, iMacs.” Kunnen we, met zijn diskjockey kwaliteiten, in deze winkel dan ook een goed muziekje op de achtergrond verwachten? “Ja, dan draai ik wel een paar goede discoplaten,” zegt de Kampong-speler lachend.

Alsof hij nog niet genoeg om handen had, besloot hij enkele maanden geleden mede-eigenaar te worden van ‘Café de Parel’ gelegen op in de Westerstraat in Amsterdam. De oud-international vertelt dat hij altijd al graag een eigen horeca gelegenheid wilde. “Een bruine kroeg, een eetcafé, een strandtent, het maakte me eigenlijk niet zoveel uit. Ik vind de horeca gewoon echt heel leuk.” Dat hoorden ook de vier oorspronkelijke eigenaren van het café die net op zoek waren naar een extra impuls in de onderneming, wat meer energie. Via via kende Dochterty de jongens en hij besloot erin te stappen. De maandagavond is zijn avond. “Monday Club noem ik het. Het gaat heel goed. Aanstaande maandag beginnen we met een pubquiz, dat is iets nieuws dat we gaan proberen. Eén keer in de twee weken komt er dan een quiz master die wij inhuren. Via facebook kunnen mensen zich als team opgeven.” Naast dergelijke activiteiten wordt de kroeg ook veel gebruikt voor onder andere feesten, verjaardagen en zelfs borrelavonden van verenigingen. “Er komen door de week ook steeds meer mensen van de straat binnen lopen die bijvoorbeeld net in de buurt gesport hebben, of voetbal willen kijken.”

Alles wat Docherty doet, lijkt hij vol overgave te doen. Hij durft ook niet te zeggen waar zijn hart nou het meest ligt want eigenlijk vindt hij alles leuk. “Misschien wordt het uiteindelijk allemaal helemaal niets en dan ga ik ergens kokosnoten verkopen. Ik weet het niet, ben altijd vrij flexibel in alles dat op mijn pad komt.” Eén van de dromen die hij hoopt waar te maken is het opzetten van een eigen festival. De huidige festivals in Nederland vindt de geboren Schot nu te massaal. “Er hangt een lelijke, grimmige sfeer. Er wordt veel te cool en populair gedaan en dat vind ik niet mooi. Muziek is muziek en dat hoort iets moois te zijn. Nu lijkt het meer of mensen naar een festival gaan om alles te doen wat niet mag. Ik zou op mijn festival meer beleving willen.”

Zijn drukke werk/privé leven combineren met topsport is logischerwijs soms best lastig geeft de Amsterdammer toe. “Ja er wordt wel onwijs veel van je gevraagd op zowel privé- als sportgebied. Bij Kampong trainen we veel en moet je altijd kwaliteit leveren en bij je werk natuurlijk ook. Waar concentreer je je op, dat is een afweging die je constant moet maken maar op dit moment gaat het ok.” Hoe lang denkt hij dit in combinatie met topsport nog vol te houden? “Ik heb altijd tegen mezelf gezegd dat ik stop op mijn 34e en dat is volgend jaar. Als ik aan het eind van dit jaar het gevoel heb dat het tijd is om te stoppen dan stop ik misschien maar ik geef mezelf gewoon de ruimte om dat per jaar te bekijken. Ik doe nu heel veel en probeer eigenlijk altijd nog meer te doen zolang het allemaal leuk is. Het is een levensstijl die niet bij iedereen past want het zal ook niet altijd goed gaan maar ik heb daar wel energie voor. Ik ben een sociaal dier en heel gelukkig met hoe mijn leven er op dit moment uit ziet.”

Reageer