Internationale tophockeyers vertellen waarom zij kozen voor de Hoofdklasse

Veel internationale tophockeyers van over de hele wereld reizen af naar Nederland om deel te kunnen nemen  aan de Nederlandse hoofdklassecompetitie. De FIH vroeg zich af waarom de Nederlandse hoofdklasse zo populair is dat hockeyers voor jaren vrienden en familie verlaten om hun sport te kunnen beoefenen aan de andere kant van de wereld. Zij praten hierover met vier erkende internationale tophockeyers.

Phil Burrows is éém van de Nieuw Zeelandse topscorers aller tijden. Hij speelde al drie Olympische spelen en won meer dan 120 internationale wedstrijden met zijn land. Sinds 2005 speelt hij al in de Nederlandse hoofdklasse. “Ik speel in de hoofdklasse, omdat het de beste competitie in de wereld is. Dat kan mijn spel alleen maar verbeteren,” vertelt Burrows. “Ook kan ik hier leven als een professionele atleet. Daarnaast is het een geweldige ervaring om wonen en spelen in een ander land en je aan te passen aan een andere cultuur.” Burrows heeft al jaren mogen meemaken hoe het is om te spelen in de hoofdklasse. “Internationale topwedstrijden worden hier eigenlijk week in, week uit gespeeld en dat is van onschatbare waarde om in topvorm te blijven. De Nederlandse hockeyers zijn erg technisch en op deze manier kan ik mezelf die technieken aanleren. Tegelijkertijd leer ik ze ook te verdedigen. Daarnaast zijn de Nederlanders erg goed in het behouden van balbezit en wordt er op hoog tempo gecounterd. Daar kunnen wij in Nieuw Zeeland nog wat van leren.”

Australiër Matthew Swann, die komend seizoen terugkeert bij Bloemendaal, had weinig moeite zich snel aan in Nederland. “Ik wilde het Nederlandse hockey, waarbij hoog niveau de standaard is, ooit een keer mee maken. In de tussentijd wilde ik de Nederlandse cultuur beleven. De omgeving waarin je je bevindt, geeft je de mogelijkheid om verschillende speelstijlen en technieken onder de knie te krijgen.” Ook vertelt Swann dat hij zich hier meer betrokken voelt bij zijn clubteam dan bij zijn club in zijn eigen land doordat de Kookaburras in Australië bijna alleen maar trainen met het nationale team en amper met hun club.

Kieran Govers verkaste vorig jaar van Australië naar Nederland en speelde een seizoen bij Den Bosch waar hij, na een onderbreking van één seizoen, aankomend jaar terug zal keren. “De hoofdklasse is de beste competitie in de wereld,” aldus Govers. “Ik hoef hier ook niet naast het hockey te werken om de rekeningen te betalen. Ik kan me hier volledig richten op mijn hockeycarrière en zo het beste uit mijzelf halen.” Govers vertelt eerlijk dat hij in Nederland wel even moest wennen aan het spel. Voornamelijk om de reden dat hij erg aanvallend ingesteld is, waar er in Nederland meer op balbezit en positiespel gefocussed wordt.

De Nieuw Zeelander Shea McAleese begint volgend jaar aan zijn derde hoofdklasseseizoen bij HGC. “Het is de meest uitdagende competitie op de wereld,” vertelt Mcaleese. “Door elke week op dit niveau te spelen, presteer ik ook consistenter in wedstrijden met de Blacksticks. In een ander land mijn sport beoefenen, heeft een immens effect op mijn spel. De verschillende technieken en speelstijlen vullen mijn eigen spel erg aan.”

Comments (8)

  1. De enige echte reden staat er niet tussen..pecunia

  2. Natuurlijk, de pecunia. Maar vooral omdat ze dan volop met hun sport bezig kunnen zijn. De Nederlandse clubs zorgen daarmee dat het niveau van spelers in andere landen omhoog gaat. Ik ben ervan overtuigd dat als je dit geld investeert in Nederlandse spelers, je dezelfde kwaliteiten in je team kan krijgen.

  3. En hoe veel B internationals halen we deze kant op ?

    Sorry hoor maar het lijkt wel een opleidingsland voor andere landen. Er spelen hier spelers uit Zuid Afrika, Ierland, Polen etc, veel van hen kunnen zo worden ingewisseld voor Nederlanders die op lange termijn meer voor de club kunnen betekenen.

  4. Wees blij dat Nederland een opleidingsland is. Als er in de rest van de wereld niet meer en beter gehockeyd gaat worden kunnen we in de toekomst hockey op de OS vergeten!!!!!!

  5. Ja daar heb je ook gelijk in. Maken we er toch een 7 a side concept van. Hopelijk krijg je ook wat meer Bart Veldkamp types. Maar ipv naar België naar Zweden of Noorwegen.

    Leuke uitbreiding van de landen..

  6. Wen er maar aan dat Nederland is in het hockey land van de wereld vergelijkbaar met engeland van het voetbal daar gaan spelers heen voor de beste competitie en het geld.

  7. Ja, zou ik ook zeggen. Feit is dat de jongens uit Australie en NZ hierheen komen om uit te rusten. Ze lachen om de Nederlandse trainingsfrequentie en intensiteit, genoeg tijd om in de kroeg te zitten dus. Pas als er vanuit het thuisland een emailtje binnenkomt met het trainingsprogramma gaan ze de sportschool in. En dan moet je als coach waken voor een juiste belasting. Want krachtprogramma’s van het national team lopen zelden parallel aan het hoofdklasseseizoen. Als puntje bij paaltje komt dan kiezen ze voor hun nationale team en hebben lak aan het clubprogramma.

    Clubs presenteren vaak heel trots hun ‘buitenlandse topper(s)’ terwijl ze geen idee hebben wat hun bondscoach op dat moment van plan is of wat er op de internationale kalender staat, die ook nog eens regelmatig veranderd. Voor coaches is het een nachtmerrie, bestuursleden krabben zich achter de oren als het te laat is om een contract te herzien en de sponsor denkt wel twee keer na voordat hij weer geld in zo’n potje steekt.

  8. Ik gok 5 per team volgend jaar. Dat is altijd na zo’n WK ?

Reageer