Hockey is Simpel: KZ-voorzitter Pieterbas Kist over zijn hockeyvisie

KZ

 

Al bijna vier jaar zwaait Pieterbas Kist de scepter bij Klein Zwitserland, waar hij ooit op het veld begon in de senioren. Sinds zijn toetreding tot het bestuur kende hij met de Steenbokken periodes van vallen en opstaan, maar anno 2020 heerst vooral optimisme. Hoofdklassehockey sprak met Kist over jeugdontwikkeling, de Hoofdklasse en duurzaamheid.

In zijn beste hockeyjaren was Kist met Leonidas actief in de Reserve Hoofdklasse. Een wereldtopper was hij niet, maar zijn liefde voor het spelletje is er altijd al geweest. Via Rotterdam, Utrecht en Amsterdam streek hij jaren geleden neer in Den Haag op een steenworp afstand van Klein Zwitserland. In een ver verleden waren zowel zijn vader als zijn broer ook al actief bij de Steenbokken, dus de keuze voor KZ was snel gemaakt. Al snel werd hij gevraagd om toe te treden tot het bestuur als vertegenwoordiger van de senioren, vervolgens werd hij penningmeester en inmiddels is hij alweer drie en een half jaar voorzitter en het langstzittende bestuurslid. In die periode was het grootste succes toch wel de opmars van de Heren 1. ‘Als voorzitter heb je natuurlijk met alles te maken, dus de breedte, de top, de financiën enzovoorts. Maar op sportief vlak moet ik toch wel ‘het wonder van KZ’ noemen. Toen ik net instapte waren we net gedegradeerd naar de Eerste Klasse en dat was echt een dieptepunt, want dat was nog nooit eerder gebeurd. Maar daarna werden we eerst ongeslagen kampioen, waarna we ook nog eens de Overgangsklasse wonnen en ons via de play-offs uiteindelijk wisten te nestelen in de Hoofdklasse. Dus ik denk dat dat toch wel – sportief gezien in ieder geval – het hoogtepunt is geweest. Het seizoen erop wisten we ons te handhaven, en ook dit seizoen is dat ons doel.’

Buitenlandse impulsen

De opmars van Klein Zwitserland en de successen in deze turbulente periode zijn voornamelijk op het conto te schrijven van één man, aldus Kist. Sinds het aanstellen van oud-olympiër en clubman Jaap Derk Buma als bestuurslid tophockey ziet de toekomst er voor de Hagenaars een stuk rooskleuriger uit. ‘Buma heeft ons echt uit de blubber geholpen en is ook in de mindere tijden altijd achter de club blijven staan. Natuurlijk heeft het bestuur er uiteindelijk ook een hand in, maar hij heeft ons echt opgepept om het hoofd niet te laten hangen. Toen zijn we op zijn advies op zoek gegaan naar spelers die in staat waren om de kar te trekken en een goede coach.’ De keuze voor een nieuwe coach viel destijds op de Argentijn Carlos Castaño, die nog steeds aan het roer staat bij de Heren 1. Ook werden er toen al – net als afgelopen zomer – flink wat spelers uit allerlei windstreken aangetrokken. Die keuze botst met de in Nederland heersende gedachte dat we vooral zelf spelers moeten opleiden. ‘Wat je ziet is dat wij de afgelopen jaren veel spelers hebben gehad uit het buitenland, maar dat is echt niet iets van de afgelopen zomer. We hadden al een paar Argentijnen, een Zuid-Afrikaan en een Australiër onder contract staan. We hebben aardig wat buitenlanders, maar dat wil niet zeggen dat we geen aandacht besteden aan de jeugd. Afgelopen jaren hebben we een paar jongens gehad met echt een KZ-hart zoals Martijn van Grimbergen die inmiddels naar Bloemendaal is vertrokken. De sprong van A1 naar de Overgangs- en Promotieklasse is al groot, maar de sprong naar de Hoofdklasse is dat al helemaal, en dan moet je op een gegeven moment keuzes maken. Met alleen die jonge aanwas is het toch wel een heel groot risico, dus het is een beetje van allebei. Je kan niet alleen maar leunen op je A1, maar we willen we ook zeker niet alleen maar leunen op buitenlanders. We hadden erg weinig tijd om gezien onze situatie al te veel te experimenteren, dus dan probeer je een succesvolle mix daarin te vinden. Of het ook te maken heeft met het feit dat we een buitenlandse coach hadden, dat weet ik niet. Ik weet niet of dat met een Nederlandse coach anders zou zijn geweest.’

Trots op de jeugd

Ondanks een bovengemiddeld aantal buitenlanders in de selectie, wil dat allerminst zeggen dat KZ geen goede jeugdopleiding geeft. Sterker nog, de meeste jeugdelftallen staan er uitstekend voor. Kist is daar dan ook enorm trots op en looft daarin de technische commissie. ‘Sinds een paar jaar zijn we bezig om de juiste poppetjes op de juiste plek te zetten en dat heeft tot nu toe geleid tot een ware professionalisering van de begeleiding van de selectieteams. Bijna al onze jeugdelftallen spelen inmiddels landelijk op het hoogste niveau en als je dat vergelijkt met vijf jaar terug, dan is dat een geweldige omslag. Ik denk dat het alles te maken heeft met feit dat we veel hebben geïnvesteerd in het algehele niveau van de begeleiding van deze jeugdteams. Bij ons hebben ze allemaal zelf minimaal op Overgangsklasse-niveau gehockeyd en dat vinden we belangrijk omdat ze daardoor het klappen van de zweep heel goed kennen. Bovendien laten ze zich niet beïnvloeden door ouders die vinden dat hun zoon of dochter naar de C1 moet, terwijl hij/zij het niveau helemaal niet aan kan. Je moet daar mensen plaatsen die daar eigenlijk boven staan, die weten waar ze het over hebben omdat ze zelf hun trainingsuren hebben gemaakt en dus ook herkennen wat een goede trainer is. Die combinatie plus het nodige talent maakt in mijn optiek een succesvolle jeugdopleiding.’

Investeren in duurzaamheid

 Los van de sportieve ambities is Kist zich wel degelijk bewust van de maatschappelijke functie die een club als Klein Zwitserland vervult. Zo wordt er in Den Haag veel waarde gehecht aan het creëren van een milieubewuste vereniging, waar duurzaamheid hoog in het vaandel staat. ‘We zijn een van de eersten geweest die volop hebben ingezet op duurzaamheid. Inmiddels hebben we op alle daken zonnepanelen, die zelfs door de aangrenzende fitnessclub worden gebruikt. Daarnaast worden drie watervelden volledig verlicht middels Ledverlichting. Maar los van de duurzaamheid zijn er wel meer initiatieven om ons in te zetten voor een betere maatschappij. Afgelopen jaar hebben we in Den Haag bijvoorbeeld een subsidie gewonnen voor het initiatief genaamd ‘Hockeymaatjes’, dat het voor kinderen die om wat voor reden dan ook niet meekunnen met de reguliere teams mogelijk maakt om ook te hockeyen. Wat verder een positieve ontwikkeling is in deze tijden is dat we los van de gezonde rivaliteit met clubs uit de regio als HGC en hdm we regelmatig constructief overleg hebben onderling. Jaarlijks hebben we met de verschillende besturen een gezamenlijk diner om gedachten uit te wisselen. Uiteindelijk komt dit de hele hockeyregio alleen maar ten goede.’ Al met al zijn er dus voldoende positieve ontwikkelingen waar te nemen bij Klein Zwitserland, maar volgens Kist is zijn werk nooit helemaal af. ‘We zijn echt op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Waar we naartoe willen, dat is nou eenmaal een langdurig proces. Een van die doelen is ons tophockey weer terug te brengen naar de Hoofdklasse, maar dat wel te doen op een duurzame wijze. Daarnaast wil ik ervoor zorgen dat de sfeer zo goed is op KZ, dat de breedtesporters ook niks te klagen hebben en dat dan ook nog in combinatie met een gezonde huishouding. Voorlopig hebben we daarin al aardig wat stappen gemaakt.’

Reacties

Je eigen afbeelding bij je commentaar? Ga naar: nl.gravatar.com

Er zijn nog geen reacties, ben jij de eerste?

Je kunt niet meer reageren op dit bericht.