Ireen van den Assem op haar plek bij Den Bosch

Maartje Paumen pushte alle zeven toegekende strafcorners tegen HDM binnen de palen en haar tweede, derde en vierde van de middag waren zuiver genoeg om doeltreffend te zijn, waardoor HDM binnen veertig minuten van groggy naar knock-out ging. Zo’n sleepbeweging heeft Ireen van den Assem zelf ook in huis, maar de Tilburgse behoort op de trainingen niet meer tot het strafcornergroepje. Daar stapte ze in aanloop naar het junioren-EK van afgelopen zomer uit, op advies van Jong Oranje-coach Sjoerd Marijne, die weer door Toon Siepman was gesouffleerd. “Er zat volgens hen niet genoeg rek in om een echte topcorner te krijgen. Toon weet natuurlijk wel waarover hij het heeft. En er blijft voor mij nog genoeg over om aan te werken.” Altijd kritisch, op haar omgeving en veel meer nog zichzelf. En dat is waaraan de werkelijke topsportmentaliteit te herkennen valt. Ze speelde met Forward degradatiehockey en bij Rotterdam liep ze als centrale verdediger ook geregeld in de achteruit. “Het is zó relaxed om nu een keer op die andere helft te staan. Je gaat heel anders een wedstrijd in, al is dat nog wel wennen voor mij. Zoals laatst tegen Oranje Zwart, dan hoor je ‘wij hoeven niets te vrezen’. Dat ís ook zo, maar ik ben de afgelopen vier jaar wat anders gewend.” Als het Van den Assem lukt ook dat zelfbewuste te adopteren, is ze in Den Bosch helemáál op haar plek.
Brabants Dagblad

Reageer