Michelle van der Pols: ‘Een beloning dat ik meega naar Rio’

Michelle van der Pols stond in dubio. Moest ze nu blij zijn of juist niet. De speelster van SCHC kreeg van bondscoach Alyson Annan te horen dat ze als reserve meegaat naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

“Het is natuurlijk ergens een beetje dubbel. In eerste instantie wist ik niet zo goed wat ik er van vond. Nu kan ik eindelijk zeggen dat ik er heel veel zin in heb. Ik ga alsnog met een trots gevoel naar Rio”, zegt Van der Pols.

Drie keer scheepsrecht

Voor de middenveldster geldt: Drie keer is scheepsrecht. In 2008 viel ze als laatste af voor de olympische selectie, vier jaar later was Van der Pols geblesseerd en nu gaat ze mee als reserve.

Het is voor haar moeilijk in te schatten hoe de rol van reserve zal zijn in Rio. “Tot nu toe is er nog niet heel veel verschil. Je doet tot met alles mee. Ik kan me voorstellen dat er in Rio wel echt dingen anders zullen zijn, maar dat moet ik ervaren. Ik vind het op dit moment moeilijk om te weten en te voelen hoe het zal zijn.”

Geen verwijten

Dat Van der Pols als reserve meegaat en niet behoort tot de kern van het team verwijt ze zichzelf niet. “Nee, ik heb niet: ‘Shit had ik maar dit, had ik maar dat’. Ik denk dat ik er zelf alles aan het gedaan wat ik heb kunnen doen en wat er in mijn mogelijkheden lag.”

Van der Pols heeft een lange weg afgelegd om uiteindelijk in Rio te komen. In 2007 maakte ze op 18-jarige leeftijd tijdens de Champions Trophy haar debuut in het Nederlands team. Vanwege blessures en ziektes kwam Van der Pols na het WK van 2010 lange tijd niet meer uit voor Oranje. De uitverkiezing tot de olympische selectie voelt dan ook als een beloning voor haar doorzettingsvermogen, zegt Van der Pols.

Afstand nemen

“2,5 jaar geleden had ik heel erg last van mijn knieblessure. Op dat moment stond ik eigenlijk op een punt. Ik was afgestudeerd, had arbeidsvoorwaardengesprekken in het ziekenhuis om te werken als arts, maar ergens was er een gevoel dat ik niet helemaal afstand kon nemen van het tophockey.”

“Ik was ergens een beetje bang dat ik me altijd zou hebben afgevraagd: ‘Wat als ik nog wel was doorgegaan met hockeyen in plaats van werken? Had ik dan naar Rio gegaan?’”

Keuze

“Toen ben ik naar dat gesprek (arbeidsvoorwaardengesprek, red.) gegaan en heb gezegd dat ik het toch niet ga doen. Misschien dat ik over een maand denk: ‘Shit de blessure is weer terug of heb ik überhaupt niet de mogelijkheid om bij het Nederlandse team aan te sluiten’. Ja, dan is het mijn eigen domme schuld dat ik mijn werkplek heb opgegeven.”

“Uiteindelijk heeft het positief uitgepakt”, zegt Van der Pols. “Aan de andere kant, ik was er zo ver vandaan. Van eigenlijk helemaal niet kunnen sporten tot waar ik hier nu sta. Dan is het toch echt wel een beloning dat ik alsnog meega naar Rio.”

Onzekerheid

De keuze om nee te zeggen tegen een vaste baan en te kiezen voor het hockey was geen makkelijke. “Dat was zeker lastig, omdat het vooral zoveel onzekerheid voor mij gaf. Ik had een baan. Dat was gewoon zekerheid. Ik speelde bij Stichtsche en wist ook wel dat ik ver van het niveau was dat ik zou moeten halen.”

“En die blessure, de ene training had ik er last van, de andere training weer niet. Ik merkte wel dat het iets beter ging, maar wist ook niet hoe lang dat precies zou duren. Dat gaf eigenlijk heel veel onzekerheid. Uiteindelijk mocht ik in september weer bij het Nederlands team aansluiten. Sindsdien heb ik heel veel stappen moeten zetten en ook wel heel veel stappen gezet.”

Plezier

Plezier in het hockeyen heeft Van der Pols uiteindelijk over de streep getrokken om hockey de voorkeur te geven boven werk. “Ik vond het hockeyen nog veel te leuk en dat vind ik nog steeds. En werk kan altijd nog. Het zijn wel slapeloze nachten geweest, voordat ik het besluit heb genomen.”

“Ergens zit nog steeds in je hoofd: ‘Moet ik het niet proberen?’ Je wilt niet dat ik over tien jaar denk: ‘Shit misschien had ik het wel gehaald als ik wel had doorgezet.’ Dat heeft mij wel het idee gegeven: ‘Ik wil het gewoon proberen.’ Misschien lukt het niet, maar dan kan ik mezelf niet kwalijk nemen dat ik er niet alles aan heb gedaan.”

Reageer